In the spring of 2002 Dutch National Television aired a series of programs devoted to digital art. The accompanying website digitalekunst.nl hosted, among others, a forum that was meant as a platform for the discussion of a predefined set of topics and themes.

The following text (in Dutch) is my repsonse to one of these topics.

This topic was introduced as follows:
“The club is the best place for the media-artist to show his/her work, because this type of venue provides access to a bigger and wider audience than the museum or gallery. The VJ is the curator of our time.”

All responses were moderated. Repeated submission of my criticism of the topic has never led to my text actually appearing online. Shortly after I contacted the moderators of the forum about this, the entire discussion went offline due to “technical problems”.

It has remained offline ever since.

Onderstaande tekst is een reactie op een Forum stelling op www.digitalekunst.nl – februari 2002:
> De discotheek is de beste plek voor de mediakunstenaar om zijn werk
> te tonen, omdat daar een groter en breder publiek te bereiken is dan in
> musea of galleries. De VJ is de curator van deze tijd.

‘de vj als curator’ is de kortst mogelijke manier om aan te geven het onderwerp niet begrepen te hebben en de plank volkomen mis te slaan.

‘de vj als curator’ is begrijpelijk vanuit het oogpunt van trendy, hype gericht denken. het verraad de intentie te willen meeliften op de dj-hype van de afgelopen jaren. een hype, ooit begonnen met de schrijfselen van mensen als dj spooky en scanner. een hype, die al snel werd overgenomen door ‘curatoren’ en ‘critci’ die vooral veel refereerden aan deleuze bij hun beschrijvingen van alles wat met ‘nieuwe media’ te maken had en zich zo min mogelijk zorgen maakten over het eigen gebrek aan kennis van de media die ze beschreven. zo heb ik tijdens het symposium ‘filmic images’ in amsterdam, het genoegen mogen smaken patricia pisters – zelf opgeworpen deleuze en dus ‘nieuwe media’ specialist – te horen beweren dat het werk van pipilotti rist bij uitstek het belang van ‘digitalisering en miniaturization in de nieuwe media’ toonde. hoeveel onbegrip en gebrek aan kennis kan een mens in zo weinig woorden kwijt?

overigens verscheen er onlangs in ‘l&b, series of philosophy of art and art theory‘ een uitstekend stuk geschreven door annette w. balkema waarin zij aanvoert dat de door deleuze en guattari aangevoerde rhizoom metafoor helemaal niet zo toepasbaar is op de huidige kunst praktijk en wijst zij op enkele veel beter toepasbare metaforen. (l&b, vol. 16 ‘exploding aesthetics’, pp 52 en verder)

de snelheid van de cpu (central processing unit) van computers is de afgelopen jaren dusdanig opgevoerd dat zelfs de goedkoopste, zogenaamde ‘consumenten’ computers met het grootste gemak van de wereld broadcast kwaliteit digitaal video kunnen laden en afspelen – denk hierbij aan het succes van apple’s imac met de vooraf geinstalleerde imovie software. iets dergelijks was zelfs maar 3 jaar geleden nog ondenkbaar.
tegelijkertijd is er software ontwikkeld dat niet alleen het live bewerken van video mogelijk maakt, maar in enkele gevallen zelfs zo slim in elkaar zit dat video als een instrument gebruikt, of beter gezegd bespeeld kan worden. het is dan ook niet toevallig dat al deze software vanuit de wereld van de elektronische muziek ontwikkeld is.

binnen de computer maakt het verschil tussen beeld, geluid of andere data niet meer uit; alles wordt namelijk op dezelfde manier uitgedrukt, n.l. als ritsen 1-en en 0-en – hoe clichematig dat idee ook moge zijn. als van dit gegeven met enige intelligentie en gevoel gebruik gemaakt wordt, kan een eeuwen-oude droom van zowel beeldend kunstenaars als muzikanten als componisten als een groot deel van het publiek realiteit worden. er zijn op dit moment wereldwijd vele kunstenaars, componisten en muzikanten die dagelijks werken aan de uitvoering hiervan. niet zozeer als de uitvoering van een oud ‘plan’, maar als de volgende stap in een logische ontwikkeling van de ‘media kunst’. zodat uiteindelijk, zoals siegfried zielinski al zoveel malen betoogt heeft, ‘multimedia’ weer ‘unimedia’ wordt. dit werk is niet te kwalificeren als ‘vj’ werk, en is over het algemeen buiten het club circuit te zien.

de vj zoals we die vooral de afgelopen 2 decennia hebben leren kennen als iemand met een doos vol vhs tapes met daarop vooraf geprepareerde video-loops die in de loop van de avond op een vooraf bepaalde snelheid afgespeeld en onderling gemixt worden (vhs videorecorders zijn nou eenmaal niet goed in zogenaamde ‘variable rate playback’), waarbij de enige link tussen beeld en geluid tussen de oren van de dj en de vj bestaat, is een dinosaurus die de komende jaren noodgedwongen het veld zal moeten ruimen. de nieuwe generatie is deels componist, deels muzikant, deels instrument-bouwer, deels computer programmeur, en voor een deel ook nog kunstenaar.

de ‘vj als curator’ is het concept van een vj die, zoals zijn museale tegenhanger, alleen in het beeld geinteresseerd is; een vj zonder oren, een vj zonder gevoel voor muzikaal ritme, een vj zonder concept van beeld en geluids-samenhang.

en de wereld van de beeldende kunst? die heeft, zoals al zovele jaren, (voorlopig) het nakijken.

de vj en de curator als dinosaurus | 2002 | Writing | Tags: ,